re-integratie irritatie

Hoe irritatie bij re-integratie mij bijna op een dwaalspoor bracht

 

Huilend had ik haar een klein half jaar geleden aan de telefoon. Door haar tranen heen wist ze me te vertellen dat het niet meer ging met de re-integratie waarna de telefoon werd overgedragen aan haar moeder. De moeder van Melanie, een 26 jarige productiemedewerker, bracht verslag uit van hoe ze haar dochter die ochtend had aangetroffen. Ze gaf aan dat Melanie er helemaal doorheen zat en even niet kon werken.

Een tijdelijk inzinking

Omdat ik Melanie al een tijdje begeleidde tijdens haar re-integratie en dit maar deels van de grond leek te komen, was ik niet echt verrast door haar plotselinge inzinking. Met haar moeder had ik een goed gesprek over wat er allemaal gaande was en haar moeder verzekerde mij ervan dat zij dezelfde dag nog met haar dochter naar de huisarts zou gaan om een doorverwijzing te vragen. En dat gebeurde ook. Daags na het telefoongesprek had Melanie een afspraak bij de bedrijfsarts waar zij het hele verhaal nog eens uit de doeken deed. De bedrijfsarts vond het verstandig dat zij zich onder behandeling zou laten stellen en paste het opbouwschema tijdelijk aan.

“Wat een geleuter!”

Na ruim twee weken, waarin Melanie tijd had gekregen om orde op zaken te stellen en afspraken te maken met de behandelaar, nam ik opnieuw contact op. De Melanie die ik te spreken kreeg was een heel andere dan die van twee weken ervoor. Ze was erg opstandig, wilde liever niet met mij praten want ze was overal klaar mee. Ze was er klaar mee om steeds hetzelfde te vertellen aan iedereen, steeds het onbegrip te moeten ervaren over haar lichamelijke klachten en met het geleuter over hoe ze zich voelde in het algemeen. Toen ik haar uit interesse vroeg hoe de afspraak bij de behandelaar was verlopen, verbaasde ze mij door te zeggen dat ze helemaal niet was gegaan en de afspraak had afgezegd!

Mijn eigen irritatie

Met als reden dat zij “geen zin had om met iemand over haar problemen te praten” en met de toevoeging dat ze “wel een vriendin zou bellen als ze wilde praten” liet ze mij even met de mond vol tanden zitten. Ik kon praten wat ik wilde, maar niets had effect. Uiteindelijk vroeg ik haar hoe zij haar verdere re-integratie dan voor zich zag. Daarop zei ze me dat ze wel zou zien hoe het liep en dat ze nu toch die 2 uur aan het werk was zoals de bedrijfsarts wilde? Toen ik haar geirriteerd meedeelde dat het er nu net op leek dat ze helemaal niet mee wilde werken aan haar re-integratie, werd ze boos en gooide ze de hoorn op de haak. Niet alleen Melanie was boos, ik was ook behoorlijk pissig. Met een harde klap sloot ik mijn laptop met het voornemen Melanie voorlopig in haar sop gaar te laten koken.

Overleg bracht me weer op het goede spoor

Maar na een aantal dagen kwam ik tot het besef dat ik het niet goed had aangepakt! Ik had me mee laten slepen door mijn eigen emoties en had me daarom niet zakelijk genoeg opgesteld. Gelukkig kon ik het voorval voorleggen aan een begripvolle collega casemanager die een soortgelijk dossier aan de hand had gehad. Zij bracht me weer op het goede spoor en raadde me aan om in deze case een goede scheiding aan te brengen tussen de lichamelijke en de mentale klachten en deze allebei op een andere manier te benaderen. Ook een gesprek met de bedrijfsarts, waarbij we besproken hoe we Melanie maar ook haar werkgever het best konden ondersteunen bracht verheldering.

“Leer er maar mee leven”

De mentale klachten waren een direct gevolg van de lichamelijke klachten die Melanie al een hele tijd had. De klachten hadden een onzeker verloop, ze zouden kunnen verergeren maar ze zouden ook helemaal kunnen verdwijnen. Er was geen goede behandeling voor haar klachten en eigenlijk was haar gezegd om er “maar mee te leren leven”. Maar dat is geen eenvoudige opgave als je nog maar zo jong bent.

Uitleg over haar toekomstige situatie

In het eerstvolgende gesprek met Melanie focuste ik in eerste instantie op haar re-integratie en de stagnatie die het nu opliep. Ik wist haar ervan te overtuigen dat we een plan de campagne moesten gaan maken wilde zij niet in de problemen komen in een later stadium. Ik vertelde haar over het tweede jaar van ziekte en van haar loon, wat zou zakken naar 70%. Ook legde ik haar uit dat we in het tweede jaar wellicht naar mogelijkheden zouden moeten kijken om aan het werk te gaan bij een andere werkgever. En dat het uiterst onzeker was of zij wel in aanmerking zou komen voor de WIA.

Naast rechten ook plichten

Zoals veel werknemers was ook Melanie zich alleen maar bewust van de rechten die zij als werknemer had en was zij eigenlijk niet goed op de hoogte dat zij ook nog plichten had. En bij die plichten hoorde ook meewerken aan de re-integratie. Omdat de bedrijfsarts de mentale ondersteuning (nog) niet had geadviseerd maar het hier wel hartgrondig mee eens was, heb ik haar toch aangeraden gebruik te maken van deze ondersteuning. In de vorm van een multidiciplinaire interventie die erop was gericht om haar te hulp te bieden bij haar chronische aandoening is Melanie aan de slag gegaan.

Revalidatie zorgt voor re-integratie

Gisteren sprak ik Melanie weer. Ze is nu ruim drie maanden bezig met haar revalidatie en haar herstel. Ondanks dat ze niet pijnvrij is en het onzeker is of zij dat ooit zal worden, staat zij een stuk positiever in het leven. Ook kon zij na ongeveer acht weken haar werk weer volledig oppakken en uitvoeren. Zij weet nu beter hoe zij om kan gaan met haar lichamelijke en mentale beperkingen en heeft hierover ook goede afspraken gemaakt met haar werkgever. Melanie ziet de toekomst zonnig en hopelijk zonder langdurige uitval tegemoet.